Categorie archief: Uncategorized

WATERWAARDIG?

Toen ik onlangs een filmpje zag over het juridisch proces in de VS om een ‘waardigheid’ (als rechtspersoon) aan mensapen, olifanten en dolfijnen toe te kennen, moest ik aan het water in Nederland denken. Net als die intelligente dieren heeft het water in Nederland ook recht op meer erkenning (niet te verwarren met ‘waterrecht’). Als erfgoedcategorie staat water tussen het landschap, de gebouwde omgeving en immaterieel erfgoed. Is het geen tijd dat water als zelfstandige categorie erkend wordt?

Wij werden als team met onze neus op deze problematiek gedrukt bij een bezoek aan het Waterloopkundig Laboratorium in het Waterloopbos in de Noordoostpolder. Deze locatie was een voormalig experimentele test- en ontwikkelinrichting voor de Deltawerken en andere grote waterwerken tussen 1957 en 1996. Het Laboratorium (in de categorie van Groot Technologisch Instituut) heeft dus een centrale rol gespeeld in het veilig stellen van de bewoonbaarheid van Nederland en de ontwikkeling van grote waterwerken voor industrieën en bedrijven.

Geen topteam kan zonder fysieke ontmoeting een paar keer per jaar. Zo was het volle team van WaterHeritage afgelopen augustus te gast in het Waterloopbos. Na een drukke ochtend met team-buildingsessies en een workshop gingen we na de lunch het bos in. We hadden hoge verwachtingen want er is op internet genoeg over ‘het Bos’ te lezen om nieuwsgierig te worden. Ook stond er een mooi artikel over in het blad Monumenten (1/2, 2014).

Het bos is een waterrijkgebied met een licht hoogteverschil – essentieel voor het nabootsen van hydraulica voor toepassing op aanzienlijk grotere schaal. Tussen een netwerk van paadjes liggen half-vervallen, forse waterwerkmodellen in baksteen, omringd door dichte bosbegroeiing. We kwamen telkens voor een nieuwe verrassing te staan. In open plekken viel het deels heldere, deels gefilterd zonlicht op vreemde constructies van rode baksteen. Bij enkele modellen staan informatieborden, andere zijn geheel overwoekerd door het bos. Worden die later nog opengesteld? Of blijven ze een onherkenbare ruïne?

20160819-img_0068

Uit eerste hand kregen we van Juul Overmaas toelichting over de theorie en praktijk van waterwerkmodellen. (Foto: Irina van der Vlag-Churylova.)

Het was een hele ervaring om op de open gehakte paadjes te lopen, dezelfde wandelpaadjes waarop de wateringenieurs decennia geleden liepen. De geschiedenis ging leven door de toelichting van onze gids, Juul Overmaas, oud-medewerker en een van de 10 vrijwilligers van de huidige eigenaar, Natuurmonumenten. Hij vertelde over het ontstaan en de verdere ontwikkeling van het laboratorium en de werking van de modellen. Veel moest destijds geïmproviseerd worden omdat voorbeelden voor de opgaven ontbraken. Doordat alle modellen handmatig zijn gemaakt straalt het geheel een natuurlijke sfeer uit. Tevens een fragiele sfeer. Want de modellen zijn zeer kwetsbaar, juist vanwege het tijdelijke nut die ze hadden. Het zijn stuk voor stuk werkmodellen, geheel gericht op de effectieve hantering van de waterproblematiek in een specifieke situatie. Aan afwerking of verfraaiing is dus geen aandacht besteed.

Het unieke van deze collectie schaalmodellen is dat alle grote waterbouwkundige werken van de tweede helft van de vorige eeuw hier zijn uitgewerkt – juist die waterwerken die Nederland internationaal beroemd gemaakt heeft (niet alle modellen hebben de tijd overleefd). Dat geldt niet alleen voor de Deltawerken maar ook voor onderzoek ten behoeve van de belangrijkste havens en de grote rivieren. Ook zijn generieke studies gemaakt over de golfslag en de beweging van zand in al hun hoedanigheden.

In 1991 is de stichting Behoud Waterloopbos opgericht en in 2002 kreeg Natuurmonumenten het terrein overgedragen. In 2013 is het Waterloopkundig Laboratorium op de lijst van rijksmonumenten geplaatst.

Tijdens de wandeling ontwikkelde het gesprek naar een beschouwing over het Waterloopbos. Is het een natuurgebied of een monument van nationaal belang? Kun je recht doen aan allebei zonder een van de twee te benadelen? Of speelt er een zodanig zwaarwegend belang dat een moeilijke keuze gemaakt moet worden? We kregen de indruk dat er ook op de achtergrond zo’n gesprek gaande was (tussen Natuurmonumenten en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed).

20160819-img_0083

Dramatische lichtinval over het model voor de koelinstallatie van de Maasvlakte Centrale (1972). Je waant je eerder in een tropisch oerwoud dan in de Noordoostpolder. (Foto: Irina van der Vlag-Churylova.)

We stonden als team bij de (‘verlaten’) wieg van de waterwerken die zo’n belangrijke rol hebben gespeeld bij de inrichting van Nederland en bij de groei van industrie en handel.

Wat is deze verzameling unieke modellen ons land waard? Past dit terrein überhaupt in het waarderingskader van de betrokken spelers en hoe ziet dat kader er uit? Is het juist dat er over en boven dit monument een getouwtrek losbrandt? Mij komt het voor dat dit een goede gelegenheid zou zijn om het perspectief op waterwerken van dergelijke nationale statuur scherp te krijgen. En tegelijk te overwegen om de erfgoedcategorie van ‘waterwaardigheid’ toe te passen. Waterwerken zijn zo ‘vanzelfsprekend’ voor ons land dat ze makkelijk als vanzelfsprekend gezien worden, dus zonder speciale waarde. En dat kan tot onderschatting van hun betekenis leiden. Deze ensemble cultureel erfgoed heeft ‘recht’ op een bijzondere titel: ‘waterwaardigheid’. Het kan als concreet voorbeeld dienen voor duizenden Nederlandse waterwerken die uniek zijn in de wereld. Ze zijn die grotere erkenning waard.

GerhardMark van der Waal

Advertenties

De verborgen geschiedenis van het Waterpompstation Haren

In het Groningse esdorp Haren wordt gebouwd aan de nieuwe wijk Het Harener Holt. De wijk ligt, zoals de naam doet vermoeden, in het historisch coulisselandschap (een weidelandschap waarbij de perceelsgrenzen uit houtwallen bestaan) van Haren. Restanten van een ronde eendenkooi, een hakhoutbosje en houtwallen herinneren aan de rijke geschiedenis van de plek, waar eens de buitenplaatsen Emdaborg en Zorgvrij lagen. De voormalige voetbalvelden en spoorlijn Groningen-Zwolle markeren daarentegen de moderne geschiedenis van het landschap.

Het afgelopen jaar hebben de voetbalvelden en weilanden ten westen van de spoorlijn in rap tempo plaats gemaakt voor huizen. Ten midden van de bouwactiviteiten ligt een groene oase, die in de bestemmingsplannen als het nieuwe speelparadijs van de Harener Holt staat gemarkeerd. In dit vervallen bos, waar exotische bomen en planten verraden dat het een voormalige parkaanleg betreft,  staat een ensemble van vier markante gebouwen verscholen.

waterpompstation

Een fragment van Google Maps toont het verscholen ensemble te midden van de weilanden. Inmiddels zijn de weilanden aan weerszijden van de Grootslaan volgebouwd. De ronde eendenkooi ligt ten oosten van de spoorlijn.

Verborgen rijksmonumenten
In 1911-1912 stichtte de Gemeentelijke Waterleiding van Groningen op deze locatie aan het spoor een waterpompstation waar grondwater werd gewonnen, gefilterd en vervolgens naar de stad Groningen en omgeving doorgepompt.
Het Machinegebouw (1911) bood onderdak aan de Stork & Co-machines die het water ruim een eeuw hebben rondgepompt. Het gebouw is opgetrokken uit rode baksteen die met spelende en trapsgewijze patronen typerend is voor de Nederlandse rijksbouwmeester- en nutsarchitectuur uit de jaren 1910 en 1920. Sierlijke houten dragers en friezen ondersteunen het zadeldak. Het interieur is nagenoeg gaaf gebleven en herbergt een beschoten kapconstructie met ijzeren Polonceauspanten. Vanwege de hoge cultuurhistorische waarden heeft het Machinegebouw de status van Rijksmonument.[1]

Links: Het Machinegebouw uit 1911 (bron: Willem Jans (wiki)).
Rechts: De Stork & Co machines die in 1932 werden geplaatst en nog steeds aanwezig zijn (bron: oude foto op website https://waterbedrijfgroningen.nl/organisatie/ons-verhaal/historie/).

Het tweede verscholen Rijksmonument is het Filtergebouw (1911). Dit drie bouwlagen tellende kolos bestaat volledig uit witgepleisterd beton en wordt gekenmerkt door turkooisgroene glazen lamellen voor de gevelopeningen, zodat de wind vrij spel had door de reinwaterbakken en filters. Het gebouw is een vroeg en zeldzaam voorbeeld van gewapend betonnen bouwtechniek.[2] Het beton werd door de Hollandse Maatschappij gestort en heeft bijna een Art Deco achtige allure. Het gebouw is nagenoeg gaaf en compleet en ook een Rijksmonument.

Haren_Oosterweg_107_Filtergebouw

De zuidzijde van het witte Filtergebouw. De grijs betonnen gebouwen maken geen onderdeel uit van het Rijksmonument. (Foto: Willem Jans (wiki)).

De overige gebouwen
Aan de oostzijde van het terrein staan twee dienstwoningen die architectonisch aan het Machinegebouw verwant zijn. Tussen 1911 en 2011 woonden hier werknemers van het pompstation. De huizen zijn dan ook vanuit de overige gebouwen met slingerende tuinpaden bereikbaar. Het overhangende zadeldak leunt op houten steunpilaren en geeft de huizen samen met de luiken een karakteristiek uiterlijk.

De twee dienstwoningen van het Waterpompstation Haren (bron: Sterre Brummel)

Het grootste gebouw op het terrein betreft een tweede reinwaterkelderinstallatie uit de jaren 1920-30. Het uit grindbeton opgetrokken gebouw bleek  kort na oplevering technisch achterhaald en heeft nooit volledig gefunctioneerd.[3] Het pand kent originele elementen als metershoge houten luiken, schuifdeuren en geglazuurde tegels, die een schril contrast vormen met de grauwe buitenkant.

water reinwaterkelders

Fragment van het reinwaterkeldergebouw dat inmiddels is gesloopt (bron: Sterre Brummel).

Een toekomst van sloop en herbestemming
Sinds de opening van het nieuwe waterpompstation bij De Punt in Drenthe (2011) hebben de Harense gebouwen hun functie verloren. Het Waterbedrijf Groningen heeft de grond en panden overgedragen aan de Gemeente Haren, die de dienstwoningen na enkele jaren leegstand en koperdiefstal in 2013 op het nippertje voor sloop heeft behoed. De woningen zijn inmiddels in particulier bezit.

De twee Rijksmonumenten dienen momenteel als uitvalbasis voor de bouw van de nieuwbouwwijk het Harener Holt. Het is nog onduidelijk welke bestemming de gebouwen in de toekomst gaan krijgen.

Voor het Reinwaterkeldergebouw is een eventuele herbestemming helaas te laat; in juni 2016 is begonnen met de sloop van het jongste gebouw. De grote industriële ruimtes blijven onbenut, diee hadden wellicht dienst kunnen doen als educatieve ruimte over het verleden van het Waterbedrijf Groningen – het archief van het waterpompstation is namelijk nog aanwezig in het Machinegebouw. Deze verzameling aan blauwprints, instructietekeningen en plattegronden kunnen nog steeds het verhaal van 100 jaar Waterbedrijf Groningen prachtig illustreren – een idee voor de toekomst?

Sterre Brummel

 

[1] http://rijksmonumenten.nl/monument/513829/filtergebouw-waterleidingbedrijf/haren-gn/

[2] http://rijksmonumenten.nl/monument/513828/machinegebouw-waterleidingbedrijf/haren-gn/

[3] Mededeling van oud werknemer en bewoner Luitzen Eringa.

Bijeenkomst Informatiemiddag Erfgoedwet 8 april 2016

Met de komst van de Omgevingswet in 2018 wordt een deel van de Monumentenwet opgenomen in de Omgevingswet, grofweg het deel dat over de omgang van monumenten gaat. Het overige deel, dat met name ingaat over de duiding  van erfgoed en de museale hervormingen, wordt opgenomen in de nieuwe Erfgoedwet, die vandaag (1 juli) ingaat.

In de maand april en mei organiseerde de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed informatiebijeenkomsten over de Erfgoedwet. Ondergetekende bezocht de bijeenkomst op 8 april. De dag bestond uit een drietal sessies, die specifiek ingingen op de situatie voor archeologie, monumenten en cultuurgoederen. Hieronder volgt een korte beschrijving voor twee sessies voor monumenten.

Sessie 1: Monumenten: Interieurensembles. Er is een groeiende aandacht voor monumentale interieurs, maar deze zijn moeilijk te beschermen. De RCE streeft daarom in de eerste plaats naar bewustwording, kennis en draagvlak. Door middel van het maken van een toonbeeldenlijst (opmaat naar het informatiesysteem/register) wordt aandacht gegeven aan de diversiteit en rijkdom van interieurs van rijksmonumenten. Voorbeelden van watererfgoed met mogelijk monumentale interieurs zijn: vuur- en watertorens (optiek!), gemalen en molens. Het veld en het brede publiek wordt betrokken om interieurs aan te dragen voor deze toonbeeldenlijst.Informatieve website: http://www.monumentaleinterieurs.nl

Sessie 2: Monumenten: aanwijzingsprocedure rijksmonumenten, monumentenregister en instandhoudingsplicht. Belangrijk en nieuw is artikel 10.18 in de Erfgoedwet: het verbod onderhoud te onthouden. Wanneer wordt bijvoorbeeld niet aan deze plicht voldaan:

  • als de onderhoudscyclus is verlopen
  • als het object niet water- of winddicht is
  • als onderdelen vervallen zijn
  • als langdurig nagelaten wordt noodzakelijk onderhoudswerk te verrichten

Om gemeenten de helpen bij de handhaving wordt een handreiking met een stappenplan opgesteld.

Er komen geen nieuwe aanwijzingsprogramma’s meer, alleen individuele gevallen kunnen nog worden aangewezen. Wel zullen er enkele verkenningen worden uitgevoerd: militair/oorlogserfgoed en herdenking; post ’65; en archeologie. Afvoer van monumenten vindt alleen plaats aan de onderkant van het monumentenbestand. In het register vindt een splitsing plaats tussen de registergegevens en kennisgegevens. Er wordt gestart met het verbeteren van de registergegevens, de kennisgegevens komen in een kennisinfrastructuur.

Al met al weer een leerzame bijeenkomst en goed om het geleerde bij het maken van beleid de komende tijd in het achterhoofd te houden!

Alette van den Hazelkamp

Een bijzondere water- en wallenstructuur bij Sint-Oedenrode

In de gemeente Sint-Oedenrode heeft in het verleden een opmerkelijke historische wallenstructuur gelegen, waarvan gedeelten nog herkenbaar zijn. De achtergrond van deze wallenstructuur is nog niet geheel duidelijk. Harry van Kuijk (†), inwoner van Sint-Oedenrode, heeft in zijn pamflet “Landweer in Sint-Oedenrode, aangelegd in de 13e eeuw?”[1] gewezen op een bijzondere historische structuur ten zuiden en ten oosten van Sint-Oedenrode. De structuur bestond eertijds uit een wallenstelsel en waterbouwkundige werken, zoals een sluisje en afwateringssloten. Op de kadastrale minuutplans uit 1832 zijn grote delen van de structuur nog herkenbaar. Harry van Kuijk vermoedde dat het wallenstelsel een landweer was. Tot nu toe zijn er echter geen archivalische of archeologische bewijzen voor deze stelling gevonden. Delen van de structuur (zoals het Sijlke [sluisje] in den Hapert, als grenspunt van de Vrijheid Rode al in 1342 genoemd) moeten uit de middeleeuwen dateren en hebben tot ver in de negentiende eeuw bestaan. De wallenstructuur omringt globaal een gemeenschappelijk bos- en weidegebied, dat eveneens al in de middeleeuwen genoemd wordt, de zogenaamde Groene Gemeinte, maar de relatie ermee is niet geheel duidelijk.

Afbeelding 1

Bevloeien en inundatie met Dommelwater door middel van de sluis van de Borchmolen en Sijlke (sluisje) in de Hapert (bron: Harry van Kuijk, 2015)

De wallenstructuur omvat een vrij uitgestrekt gebied dat blijkens historische berichten regelmatig onder water stond, onder meer vanuit het Sluisje in den Hapert, waar water uit de Dommel werd in- en/of uitgelaten.

Hing dat samen met de watermolen, waarbij het gebied diende om water op te slaan als “reserve” voor de watermolen? Het is bekend dat de watermolens in Brabant vaak tekort aan waterberging hadden en daardoor niet maximaal konden produceren. Was dit systeem een middel om dat watertekort tegen te gaan? Het zou een heel bijzondere infrastructurele ingreep zijn, waar geen of nauwelijks parallellen van te vinden zijn in Brabant.

afbeelding 2

Plaats van het Sijlke [sluisje] in den Hapert, als grenspunt van de Vrijheid Rode al in 1342 genoemd, via welke het water werd ingelaten (bron: Harry van Kuijk, 2015)

Binnenkort gaat een team van deskundigen en plaatselijke bewoners aan de slag om de historische achtergronden van het stelsel te achterhalen en om de gemeente Sint-Oedenrode en het waterschap De Dommel te adviseren over mogelijk hergebruik van dit bijzondere historische waterfenomeen.

[1] Harry van Kuijk: “Landweer in Sint-Oedenrode, aangelegd in de 13e eeuw?”, powerpointpresentatie, 2015.

Jos Cuijpers

 

De Keenesluis

Onze Stichting begint zo langzamerhand bekender te worden ‘in het wereldje’. Ons blog en onze projecten hebben de belangstelling van meerdere particulieren initiatieven en organisaties. Het was dan ook niet verwonderlijk dat ik onlangs gebeld werd door Ineke Peters van de Stichting Beleef de Keenesluis uit Standdaarbuiten (gemeente Moerdijk). De jonge stichting streeft ernaar de Keenesluis weer beleefbaar te maken. De stichting klopte bij ons aan om twee redenen. Ten eerste of wij ze daarin willen steunen en ten tweede om onze hulp te vragen bij het verder bekend maken van het werk van de stichting door het binnen ons netwerk verder te promoten. Daaraan werken wij als stichting WaterHeritage van harte mee.

Huidige situatieHuidige situatie Keenesluis (fotograaf Marcel Otterspeer)

De Keenesluis (www.keenesluis.nl en http://www.facebook.com/keenesluis) staat precies op de grens tussen Fijnaart en Standdaarbuiten (Barlaaksedijk) en is omgeven door mooie natuur (Ecologische VerbindingsZone Keenehaven). Deze sluis is gemeentelijk monument en dateert van 1768. In de afgelopen 248 jaar heeft de Keenesluis verschillende functies gehad die nog steeds zichtbaar zijn. De Keenesluis is gebouwd als keersluis (om hoog water te keren) met de mogelijkheid om overtollig water af te voeren en om te kunnen spuien. In 1892 werd een schepradstoomgemaal naast de Keenesluis gebouwd. In de sluis is toen een tussenwand gebouwd, zodat het scheprad van het stoomgemaal kon draaien tussen deze tussenwand en de reeds bestaande sluismuur. Een sluis waar een scheprad in gedraaid heeft is een unicum in ons land en waarschijnlijk zelfs een unicum in de wereld. Het stoomgemaal heeft tot 1958 gefunctioneerd. Rond 1970 is een betonnen keerwand loodrecht op de sluismuren geplaatst. Daarmee veranderde de functie van de sluis voor de 3e keer. De Keenesluis is nu een inlaatsluis.

Stoomgemaal Barlaakbestekwaliteit

Stoomgemaal Barlaak Beste Kwaliteit

Waterschap Brabantse Delta is eigenaar van de Keenesluis. Het waterschap is bezig met voorbereidingen voor de basisrestauratie van de Keenesluis. Stichting Beleef de Keenesluis wil de Keenesluis weer beleefbaar maken, onder andere door het scheprad terug te plaatsen en de Keenesluis weer doorvaarbaar te maken. De stichting wil graag samenwerken met restauratieopleidingen om zodoende zowel kennis op te bouwen als ervaringsplaatsen te bieden aan ambachtslieden.

Klundertse zijde

We vinden het als stichting WaterHeritage een prachtig initiatief en blijven met de Keenesluis in contact over waar we elkaar kunnen helpen.

Edwin Raap en Stichting Beleef de Keenesluis

Update Waterwerkenwiki project

De Waterwerkenwiki is een project dat we als WaterHeritage graag willen uitvoeren, liefst met zo veel mogelijk partijen samen. Enerzijds partijen die samen met ons, of onder onze regie, de te ontwikkelen database aanvullen en onderhouden. Anderzijds partijen die vanuit hun achtergrond reeds een schat aan informatie hebben die zo de Wiki in kan. Denk bij de eerste aan historische verenigingen en bij de laatste aan waterschappen en Rijkswaterstaat.

De afgelopen twee maanden stonden in het teken van gesprekken met enkele waterschappen om te peilen in hoeverre zij ‘brondata’ hebben voor de op te zetten Wiki én in hoeverre zij bereid zouden zijn die data beschikbaar te stellen.

Gesproken is met heemraden en dijkgraven, zodat we bestuurlijk draagvlak zouden krijgen als het antwoord positief zou zijn. Nu we de gesprekken voorlopig achter de rug hebben, kunnen we constateren dat alle waterschappen van harte bereid zijn om de gegevens die zij on huis hebben, te delen met ons! Ze begrijpen allemaal dat in de Wiki de door hun beheerde data een plek zou kunnen (en moeten) krijgen. Met deze uitspraken wordt het voor ons makkelijker om ook met Rijkswaterstaat en het ministerie weer om de tafel te gaan zitten om te bezien hoe we nu verder kunnen.

De wijze van invoer in de Wiki was onderwerp van gesprek met de VU/Spinlab, een door de VU opgezet instituut dat zich bezighoudt met onderzoek naar Geo-informatie. Zij hebben veel kennis van data-opslag en -ontsluiting via het web. De door ons bedachte Wikistructuur blijkt tegenwoordig nog veel geavanceerder te kunnen worden ontwikkeld dan wij dachten. Zinvol dus dat we hiermee in gesprek zijn geraakt!

Edwin Raap

http://waterwerkenwiki.nl/

Water en vuur? Een kruithuis als watererfgoed

In 1916 overstroomden grote delen van gebieden die grensden aan de Zuiderzee. Deze overstromingen waren de directe aanleiding voor de definitieve besluitvorming en uitvoering van de afsluiting van deze ondiepe binnenzee. In 1932 was de Afsluitdijk gereed. Het waterpeil van het daardoor ontstane IJsselmeer kon nu worden beheerst.  Zwakke dijken langs de voormalige Zuiderzee hoefden niet meer verder te worden versterkt, met name daar waar de Noordoostpolder werd aangelegd zonder randmeer.

Maar 1916 was niet de eerste ernstige overstroming. Noordwest Overijssel bijvoorbeeld werd in 1776 en 1825 ook al zwaar getroffen. Het meest tot de verbeelding sprekend is nog altijd dat in eerstgenoemde jaar het dorpje Beulake definitief van de kaart verdween. Op vele plaatsen waren de dijken tussen Vollenhove en Kuinre doorgebroken. Ter plaatse van die doorbraken ontstonden dan zulke diepe kolken dat de te herstellen dijk er omheen moest worden gelegd. Deze bochten in de dijk om de zogenoemde wielen zijn op de kaart en in het landschap nog goed zichtbaar. Stille getuigen van de trieste zijde van onze waterstaatsgeschiedenis.

Krt.Blankenham

Kaart van Blankenham, met in het noordoostelijk deel oud landschap van noordwest Overijssel en in het zuidwestelijke deel de Noordoostpolder. Op de grens van beide landschappen bevindt zich de oude zuiderzeedijk. Daar zijn de bochten om de wielen, overblijfselen van de dijkdoorbraken goed zichtbaar. Het kruithuisje bevindt zich in de bocht van de dijk bij de oostelijke entree van het dorp. Bron​: opentopo.nl (2015)

In die jaren was men niet in staat, politiek of technisch, of allebei, om echt afdoende preventieve maatregelen te nemen zoals de uiteindelijke afsluiting. Dan moet je als samenleving wel zorgen voor een systeem om de bewoners van de achter de zwakke zeedijk gelegen lage veengebieden te waarschuwen voor naderend onheil. Daarvoor was het geluid van kerkklokken niet sterk genoeg. Een kanon biedt dan meer uitkomst.

Eén kanonschot van een speciaal daarvoor bestemd hoogwaterkanon betekende hoogwater, twee schoten gevaarlijk hoogwater. Als het water tot aan de kruin van de dijk stond werden drie schoten gelost, bij een dijkdoorbraak vier.

Het zuiderzeestadje Blokzijl, de voormalige turfdoorvoerhaven, toont nu trots een voormalig hoogwaterkanon aan de vele toeristen, die zich nauwelijks zullen afvragen waarom zo’n groot kanon op de eigen huizen aan de overzijde van de havenkolk staat gericht.

Andere hoogwaterkanonnen waren te vinden aan de zuiderzeedijk, zoals bij het slaperige dorpje Blankenham. Een van die kanonnen staat er nog. Voor het laatst gebruikt in 1928.

Hoogwaterkanon

Het oude hoogwaterkanon staat op een verweerd onderstel​ en is gericht op het land achter de zeedijk. Plaats en jaar van fabricage zijn nog goed leesbaar. Op de achtergrond een van de kolken (wielen), ontstaan bij een dijkdoorbraak. Foto: Henk Jan Derksen.

Voor het kunnen afschieten van het kanon was uiteraard kruit nodig. En om het kruit droog te houden zijn daarvoor op redelijk droge plekken kruithuisjes gebouwd. Met dikke muren. Wanneer zich onverhoopt een ontploffing zou voordoen, zou het houten dak omhoog worden geblazen en zouden niet de muren in wijde omgeving schade veroorzaken.

Zo’n noodzakelijk kruithuisje ontbreekt in Blokzijl, maar langs de dijk in Blankenham staat er nog één. De dijk heeft geen waterkerende functie meer, de zeldzame toerist kijkt over drooggevallen land met een verweesde blauwe peilschaal in het gras. Aan de andere kant van de bocht in de dijk ligt een wiel, met aan de voet van de dijk het kruithuisje. En op de dijk het laatste van twee kanonnen, gemaakt in 1817 in Luik.

Het kruithuisje ziet er goed onderhouden uit, maar het blijkt in 1991 te zijn gereconstrueerd op basis van oude bouwtekeningen. Dat is voor Rijksmonumentenzorgers blijkbaar reden om het object niet op de monumentenlijst te plaatsen. Want reconstructie is voor moderne monumentenzorg veelal taboe.

Kruithuisje

Het gereconstrueerde kruithuisje is opengesteld. In tegenstelling tot de vermelding op de deur is buskruit niet meer aanwezig. Foto: Henk Jan Derksen.

Maar de gemeente Steenwijkerland heeft het kruithuisje wel op de eigen lijst geplaatst.
Het gebouw is niet alleen op verantwoorde wijze gereconstrueerd, met complimenten aan waterschap Reest en Wieden, het ligt ook in een toepasselijke context: aan de om de kolk heen geleide dijk, nabij het hoogwaterkanon en de peilschaal. Bovendien is het ook nog voorzien van een kleine collectie attributen van dijkbewakers. De gehele ruimte afgesloten met een glazen deur, gratis toegankelijk als een mini-museum of manshoge vitrine.

Ruimtelijke samenhang van dit watererfgoed maakt dit ensemble meer waard dan alleen een reconstructie van een kruithuisje.

Terecht koesteren gemeente en waterschap dit object dat getuigt van de verantwoordelijkheid voor veiligheid en droge voeten. En dus ook voor je kruit droog houden ….

Henk Jan Derksen

Verder lezen?